IJslandse vulkanen | |
De op de plattegrond aangegeven vulkanen en ook een aantal andere gebieden worden hieronder beschreven. Een aantal van deze gebieden wordt meer gedetailleerd beschreven op de site van het Nordic Volcanological Institute (Norræna Eldfjallastofnun) in Reykjavík. Klik hier voor een overzicht van alle bekende vulkaanuitbarstingen op IJsland. Een groot deel van de informatie op deze pagina's is tot stand gekomen dankzij Ralf Hartemink. | |
![]() | |
| ASKJA | De Askja is een onderdeel van het Dyngjufjöll gebergte in midden IJsland. Het gebergte is geheel ijsvrij. De Askja is een oude vulkaan, meer dan 6500 jaar oud. De vulkaan is een onderdeel van een veel groter vulkanisch systeem, wat hoofdzakelijk bestaat uit een spletensysteem ten noorden van de Askja zelf. De Askja is in historische tijden inactief geweest tot 1875. Indien er al kleine uitbarstingen geweest zijn in historische tijden zijn deze niet opgemerkt. In 1875 vond een van IJslands zwaartste uitbarstingen plaats in de Askja. In januari-maart waren er een aantal kleine uitbarstingen 40-70 km ten noorden van de Askja, bij Sveinagjá. De grote klap vond plaats in begin maart, toen er een twee enorme uitbarstingen waren. Bij deze uitbarstingen werd in 2.0-2.5 km3 tephra de lucht in geblazen. Deze enorme hoeveelheid tephra (genoeg om geheel Nederland met een laag as te bedekken) zorgde voor een bijna volledige duisternis en een dikke laag puimsteen in noord-oost IJsland. De asregens vielen tot in Scandinavië. De enorme uitbarsting vond plaats in een explosiekrater, de Víti, waarna de top van de vulkaan instortte. Hierdoor ontstond een meer van 11 km2 en een diepte van meer dan 200 meter. Dit geheel vond plaats binnen twee dagen !! Na deze enorme uitbarsting waren er gedurende de maanden april-oktober 1875 nog allerlei uitbarstingen in het spletensysteem. In deze eeuw is de Askja nog actief geweest in 1921, 1922 (2x), 1923, 1926, 1924-29 en 1961. Deze uitbarstingen waren relatief klein ten opzichte van 1875. Meer informatie over de Askja is te vinden op de pagina's van het Nordic Volcanological Institute. |
| Eyjafjallajökull | Over het vulkanische systeem van de Eyjafjallajökull is maar weinig bekend. Het is een 1666 m hoge berg, bedekt met een 100 km2 grote gletsjer. De gletsjer ligt aan de rand van de laagvlakte en is vanuit het zuiden en westen zeer goed te zien. Op de top van de berg ligt een krater met een omtrek van ongeveer 2.5 km. Aan de noordzijde van de berg ligt een zeer steile ijsval, de Gigjökull, die uitmondt in een klein gletsjermeer (te bereiken via de weg naar Þórsmörk). De enige bekende uitbarsting van de Eyjafjallajökull dateert van 1821-1823. Hoewel erupties in Eyjafjallajökull grote schade kunnen aanrichten door grote hoeveelheden smeltwater, was de eruptie van 1821 maar beperkt. Veel schade werd er niet aangericht. Een ander mogelijke uitbarsting heeft plaatsgevonden in 1612. Er is echter maar één bron die deze uitbarsting beschrijft. Een andere bron beschrijft een uitbarsting van de vlakbij gelegen Katla. Recentelijk, in 1994, vonden er rond de Eyjafjallajökull wel een aantal aardbevingen plaats, maar van een eruptie was geen sprake. Threat of eruption in Eyjafjallajökull glacier - 6/12/1999Geophysicists monitoring the Eyjafjallajökull glacier, which adjoins the Mýrdalsjökull ice cap in south Iceland, believe that magma is collecting at a depth of 5-10 km beneath the southern section of the glacier. If the build-up continues at this rate, scientists believe it could result in a volcanic eruption. In recent months attention has been focused on the Mýrdalsjökull ice cap where the volcano Katla has been showing signs of uneasiness. But Ragnar Stefánsson of the Icelandic Meteorological Office told today's Morgunbladid newspaper that it is no less urgent to keep an eye on developments under neighbouring Eyjafjallajökull. A series of earth tremors have registered under the glacier during the autumn and there has been a 5cm rise in the level of the land under the southern section. People have also been aware of gas emissions in the area, a sure sign that liquid magma is not far below the surface. A similar development occurred in 1994 but petered out without any dramatic consequences and Stefánsson says that it is too early to predict whether an eruption will take place this time. However, scientists are taking the indications seriously and experts will be meeting the Civil Defence authorities in the village of Vík í Mýrdal today to discuss the latest turn of events. Heightened alert in the vicinity of Eyjafjallajökull ice cap - 8/12/1999The Civil Defense Committee of the district of Rangárvallasýsla, south Iceland, will evaluate the dangers and set up a plan of action for the communities around Eyjafjallajökull glacier, south Iceland, should an eruption occur. The threat of subsequent glacial floods is what has the locals most worried about, as farms on the nearby lowlands could be in great danger. A civil meeting will be held on December 14 to introduce the plans to the inhabitants of the region. As reported last week, geophysicists monitoring the glacier, which adjoins the Mýrdalsjökull ice cap in south Iceland, believe that magma is collecting at a depth of 5-10 km beneath the southern section of the glacier. If the build-up continues at this rate a volcanic eruption could occur. A similar development occurred in 1994 but petered out without any dramatic consequences. In recent months attention has been focused on Mýrdalsjökull where the volcano Katla has been showing signs of uneasiness. A series of tremors have registered under the glacier during the autumn and there has been a 5 cm rise in the level of the land under the southern section. |
| Grímsvötn | Grimsvötn is IJslands meest actieve, maar ook meest onbekende vulkaan. Gemiddeld vindt er iedere 10-15 jaar een uitbarsting plaats in het Grimsvötn systeem (zie de lijst met uitbarstingen). Grimsvötn ligt in het midden van IJslands grootste ijskap, de Vatnajökull. Uitbarstingen van Grimsvötn gaan altijd gepaard met gletsjerdoorbraken en enorme hoeveelheden smeltwater. De zandvlaktes ten zuiden van de Vatnajökull, Skeiðarársandur, zijn dan ook ontstaan door deze gletsjerdoorbraken. De vulkaan bestaat uit een caldera, met twee boven de ijskap uitstekende pieken met een hoogte van 1700 en 1725 meter. De 600 m diepe caldera zelf is gevuld met smeltwater, waarop een ijslaag van 200-250 m dik drijft. Bij een uitbarsting smelt deze ijslaag, maar ook een groot deel van het omliggende ijs. De waterdruk wordt zo groot dat de gletsjer gedeeltelijk gaat drijven, waardoor het water in een enkele vloed wegstroomt. Behalve de gletsjerdoorbraken door echte uitbarstingen, vinden er ook regelmatig kleine doorbraken plaats. Dit water is afkomstig van smeltwater, gevoed door de warme bronnen en solfatoren in en rond de Grimsvötn caldera. De uitbarstingen van Grimsvötn zijn meestal maar klein. Er komt weinig lava en tephra bij vrij. Sinds ongeveer 1600 zijn er waarschijnlijk 36 uitbarstingen geweest, die samen maar 2.3 km3 lava en tephra hebben opgeleverd (ter vergelijking, Askja produceerde dezelfde hoeveelheid in twee dagen in 1875). Het gevaar van de uitbarstingen ligt dus in de gletsjerdoorbraken. Meestal gaan die via de onbewoonde Skeiðarársandur, maar soms ook via andere rivieren, waarbij wel schade aangericht kan worden. Door de enorme krachten was het tot 1974 niet mogelijk een weg aan te leggen over de zandvlaktes. Door het dunner worden van de ijskap vinden de doorbraken nu vaker plaats en met minder volume. In 1974 werd dan ook IJslands langste brug aangelegd over de Skeiðará. Overigens is die in 1996 gedeeltelijk weggespoeld door een uitbarsting in het Loki systeem, dat via Grimsvötn liep. De brug over Skeiðará |
| Hekla | An active volcano for centuries, the mountain Hekla is one of the most famous in the world. Old tales tell of the belief that the souls of the condemned travelled through Hekla's crater on their way to hell. The whole mountain ridge of Hekla is about 40 km long. The fissure which splits the mountain ridge is about 5,5 km long. The mountain is about 1491 m high. It is thought that Hekla has had at least twenty eruptions since the settlement of Iceland. The biggest eruption was in 1104. Hekla has erupted four times in the 20th century, the last time in 1991. Over the past 7000 years Hekla has had five big fissure eruptions. The biggest eruptions were 4000 and 2800 years ago. Traces of these two eruptions can be found in the soil in the North and the North-East of Iceland. The biggest layer of tephra from one eruption fell in the eruption 2800 years ago. It covers about 80% of the country and its volume was around 12 cubic km. Traces of it has been found in various places in Scandinavia. Iceland's most famous volcano is built up on a WSW-ENE trending fissure by repeated fissure eruptions, forming a vaulted ridge about 5 km long and split lengthwise in major eruptions. The present height of the volcano is 1491 m (1447 before the 1947 eruption). Morphologically Hekla represents an intermediary stage between a crater row and a stratovolcano. Seen in the direction of the fissure it has the concave outline typical of a stratovolcano. Hekla erupts a magma type which is unique for Iceland. It resembles the calcalkaline products of subduction volcanism. The postglacial products of Hekla can be described as two end members of a series, one highly silicic, the other andesitic (icelandite). Intermediate magmas between these end members may result from magma mixing. After the 1980 eruption it was possible, by measurements of surface deformation, to determine the depth to the magma reservoir which is at about 8 km. Hekla has had a number of large postglacial eruptions, producing vast amounts of tephra which repeatedly covered up to two thirds of the country with light-coloured tephra (i.e. 7000 B.P., 4500 B.P., 2900 B.P., A.D. 1104 and A.D. 1158). During historical time the first eruption (A.D. 1104) was a tremendous explosive eruption which destroyed the Þjórsárdalur valley. This eruption produced about 2.5 km3 of rhyodacitic tephra, which was carried towards NNW. The following eruptions in Hekla, producing both lava and tephra, occurred in 1158, 1206, 1222, 1300, 1341, 1389, 1510, 1597, 1636, 1693, 1766, 1845, 1947, 1970, 1980 and 1991. Some of these eruptions caused great damage, especially the eruptions in 1510, 1693 and 1766. The total volume of lava produced by Hekla in historical times is about 8 km3, and the total volume of tephra about 7 km3. ![]() ![]() ![]() |
| Hengill | Hengill is de naam van een vulkanisch systeem, dat behalve de berg met dezelfde naam ook het Nationale Park Þingvellir omvat. De centrale vulkaan is vergezeld van een spleetsysteem dat reikt van de zuidkust, via Hellisheiði en Hveragerði tot aan Kaldidalur. In totaal is dat een lengte van ongeveer 100 km. Er zijn geen historische uitbarstingen geweest in het Hengill systeem. Wel zijn er enkele tientallen uitbarstingen bekend, de laatste van de eerste eeuw na Christus. Hierbij ontstond het Nesjavallahraun en een eilandje in Þingvallavatn, Sandey. Hoewel er dus geen recente uitbarstingen zijn, is er binnen het vulkanische systeem veel geothermische en seismische activiteit. Vooral in Hengill zelf, rond Hveragerði en langs de zuidkust zijn veel hete bronnen te vinden. In Hveragerði worden die vooral gebruikt voor het verwarmen van kassen en huizen. Verder is in Nesjavellir een geothermische centrale gebouwd, die Reykjavík en omgeving van heet water voorziet. Seismische activiteit uit zich vooral in aardbevingen, die regelmatig plaatsvinden in het gebied. Maar bovenal is het waar te nemen in Þingvellir, waar het systeem steeds wijder wordt. Hierdoor ontstaan scheuren in het landschap en zakt het tussenliggende deel in (graben). In Þingvellir is het verschil tussen de normale vlakte en de ingezakte grond maar liefst 60 meter. Het vormt de grootste graben ter wereld. Gemiddeld zet de graben 3 mm per jaar uit in horizontale richting en wordt hij 1 mm per jaar dieper. |
| Hveravellir | Hveravellir is een onderdeel van het vulkanisch systeem Langjökull-2. Dit systeem, dat gedeeltelijk onder de Langjökull ligt is in historische tijden niet actief geweest. De enige activiteit die nog aantoonbaar is is het hete bronnen gebied rond Hveravellir. Het hetebronnen gebied ligt op een hoogvlakte op ongeveer 500m hoogte. Er zijn allerlei soorten bronnen en solfatoren. Ook is er een zwembadje dat gevoed wordt met heet water. |
| Katla | Katla is een van de meest actieve en tevens een van de gevaarlijkste vulkanen van IJsland. De vulkaan ligt onder de ijskap van Mýrdalsjökull en zorgt bij uitbarstingen voor desastreuze watermassa's. Katla is een vulkaan met een 600-700 m diepe caldera onder een 250-750 m dikke ijslaag. De caldera heeft een oppervlakte van maar liefst 110 km2 en is daarmee de grootste van IJsland. Buiten de caldera zijn er ook nog een aantal spleetsystemen in het Katla vulkanisch systeem. Katla barst gemiddeld eens in de 47 jaar uit. De laatste keer was in 1918, de vulkaan is dus lang over tijd. In totaal zijn 20 historische erupties beschreven. De laatste eruptie vond plaats in 1918 en duurde 24 dagen. Zoals altijd bij Katla was de uitbarsting zelf niet erg groot, maar de gletsjerdoorbraak was desastreus. Geschat wordt dat in de loop van enkele dagen 1 km3 aan water en modder naar beneden is gestroomd (1 km3 = 1.000.000.000 m3 = 1.000.000.000.000 liter). Het debiet was tussen de 100.000 en 200.000 m3 per seconde met 50 km/h (ter vergelijking, de Rijn bij Lobith haalt ongeveer 1000 m3 per seconde en de Amazone rond de 20.000 m3/s). Het spreekt voor zich dat niets bestand is tegen dergelijke vloedgolven. Door de gletsjerdoorbraken zijn dan ook grote zandvlakten ontstaan. De meeste doorbraken stromen naar het zuiden, waar de Mýrdalssandur liggen. Andere zandvlaktes liggen meer in het westen en zuiden. Waarschuwing Mýrdalsjökull - begin oktober 1999
Er is zo dicht mogelijk bij de Katla een seismograaf geplaatst in de hoop het gerommel in de aarde waar te nemen die aan een eruptie vooraf gaat. Hierdoor kunnen de bewoners uit de omgeving (met name in Vík) eerder gewaarschuwd worden om het gebied te ontruimen en de wegen af te sluiten. De informatie van de seismograaf wordt direct naar de Meteorologische Dienst in Reykjavík gestuurd. Nog meer veranderingen in de ijskap van de Mýrdalsjökull - 14 oktober 1999De laatste metingen van de Mýrdalsjökull hebben aangetoond dat de grootste verzakkingskraters 40-50 meter diep zijn, wat een verdubbeling is ten opzichte van het begin van de herfst. Geophysicus Magnús Tumi Gudmundsson vertelde in Morgunbladid, dat er nu 14 verzakkingen zijn, maar ook bewijzen van geothermische warmte op andere plaatsen. Het in kaart brengen van de oppervlakte van de ijskap (door vliegtuigen met radar en GPS apparatuur) is onderdeel van de intensieve controle van het Katla-gebied. Katla activiteit uitgebreider dan verwacht - 15 oktober 1999Door het maken van luchtopnames van de Mýrdalsjökull ijskap ontdekten wetenschappers nog een verzakkingskrater ontdekt, dit keer bij Fimmvörduháls, de pas tussen Mýrdalsjökull en de westelijk ervan gelegen gletsjer Eyjafjallajökull. Men denkt dat de verzakking is ontstaan door de toegenomen geothermische activiteit die volgt op de gebeurtenissen in het Katla gebied deze zomer. Electric charge points to volcanic activity - 29 november 1999The electric charge in the Jökulsá á Sólheimsandi and Múlakvísl rivers is steadily increasing, according to Reynir Ragnarsson, police officer at Vík í Mýrdal in south Iceland. There is also a strong smell of gas from both rivers and evidence that they are running higher than usual. |
| (Eldgjá) | Buiten de Katla zelf behoort ook de Eldgjá (vuurkloof) tot het Katla systeem. Eldgjá is een vulkanische spleet, die ongeveer 75 km lang is. Echter niet over de gehele lengte is de spleet uitgebarsten. De uitbarstingen in de Eldgjá vonden plaats in de 9e-11e eeuw en leverden 4 km3 tephra en 700 km2 lava op. Waarschijnlijk is het een proces van opeenvolgende explosies geweest. Het geheel ziet eruit alsof iemand met atoombommen een kanaal heeft willen graven, maar zomaar ergens is begonnen en opgehouden. Het 'kanaal' is ongeveer 150 m diep. In de Eldgjá ligt ook de Ófærufoss, een waterval die tot 1993 overspannen werd door een natuurlijke brug. Door sneeuwdruk is de brug waarschijnlijk ingezakt. De Ófærufoss, nog met overspanning |
| Kerlingarfjöll | |
| Krafla | |
| Krýsuvík | |
| Kverkfjöll | |
| Laki | |
| Ljósufjöll | |
| Öræfajökull | |
| Reykjanes | |
| Snæfell | |
| Snæfellsjökull | |
| Torfajökull | |
| Vestmannaeyjar | De Vestmannaeyjar of Westman eilanden bestaan uit een 18-tal eilanden en rotsen, allen van vulkanische oorsprong. In recente tijden zijn er maar twee (spectaculaire) erupties geweest; het ontstaan van Surtsey in 1963![]() ![]() ![]() en de uitbarsting op Heimaey van 1973: ![]() ![]() |
| Literatuur | Þorleifur Einarsson: Geology of Iceland. Mál og Menning, Reykjavík, 1994 309 blz. Ari Trausti Guðmundsson: Volcanoes in Iceland - 10.000 years of volcanic history, Vaka-Helgafell, Reykjavik, 1996. |